Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 26 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de minister van Financiën, verweerder.
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beroepsgronden
Verweer
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
In artikel 4.1, vierde lid, is bepaald welke geldschulden en kosten niet worden overgenomen. Een daarvan behoeft nadere toelichting: een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad (artikel 4.1, vierde lid, onderdeel c). Dit ziet op een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek.’