ECLI:NL:RBZWB:2026:4656
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens overtreding Opiumwet
De burgemeester van de gemeente Waalwijk heeft het bedrijfspand van verzoeker per direct voor drie maanden gesloten vanwege een overtreding van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting op te heffen.
Verzoeker stelde dat hij door de sluiting zijn eigendomsrecht wordt geschonden en dat zijn bedrijfsactiviteiten, die essentieel zijn voor zijn werktuigbouwkundige projecten, ernstig worden belemmerd. Hij voerde aan dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat de continuïteit van zijn onderneming in gevaar zou zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financieel belang van verzoeker niet voldoende is om een voorlopige voorziening te treffen, aangezien dit belang in de bodemprocedure kan worden behandeld. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert of dat de continuïteit van zijn onderneming daadwerkelijk wordt bedreigd. Bovendien is het verzoek pas ruim een maand na de sluiting ingediend, zonder onderbouwing van een nijpende situatie.
Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.