8.3Voor deze functie is volgens eiseres langdurig staan en lopen vereist. Hier is zij niet toe in staat. Eiseres verwijst hiervoor opnieuw naar het rapport van 10 oktober 2024 en het aanvullende commentaar van Achmea van februari 2024.
Aanvullend rapport van de verzekeringsarts b&b
9. Naar aanleiding van hetgeen eiseres aanvullend heeft aangevoerd heeft de verzekeringsarts b&b een aanvullend rapport opgesteld. Volgens de verzekeringsarts bevat de door eiseres ingebrachte informatie, met uitzondering van de MRI-uitslag van 26 januari 2025, geen nieuwe medische gegevens. De MRI-scan toonde een tibiaplateaufractuur met (posttraumatische) chondropathie laterale tibiaplateau (irritatie van het kraakbeen aan de buitenzijde van het onderbeenplateau). De chondropathie was voorheen niet genoemd, maar was wel te verwachten bij een dergelijk letsel. In het consult van de traumachirurg dr. [naam 2] van 19 februari 2025 wordt aangegeven dat de klachten aan de anterieure zijde van de knie onveranderd zijn gebleven na het verwijderen van het osteosynthesemateriaal. De verzekeringsarts b&b ziet wel reden om een nuancering aan te brengen in de belastbaarheid op het item zitten. De op de MRI vastgestelde chondropathie zou een toename van pijn kunnen verklaren wanneer eiseres langdurig met haar rechterknie in flexiestand zit. Als zij haar been af en toe kan strekken, ziet de verzekeringsarts b&b echter geen beperking in de duur van het zitten. Verder ziet de verzekeringsarts b&b geen aanleiding om de belastbaarheid te herzien, omdat de enige wijziging die is vastgesteld betrekking heeft op de irritatie aan het kraakbeen, hetgeen geen grote beperkingen met zich meebrengt. Daarnaast was bij het lichamelijk onderzoek van 19 februari 2025 geen drukpijn meer lateraal en is de knie stabiel met ruime flexie en extensie, wat duidt op een goede functie. Daarbij wordt opgemerkt dat er al rekening is gehouden met forse kniebeperkingen in de beoordeling. De verzekeringsarts b&b heeft zich vervolgens ook per aangevoerde beperking nog verder uitgesproken.
- Tillen, dragen, hurken en knielen, en reiken en hoog handelingstempo: Er is geen medische onderbouwing om dit punt verder te beperken.
- Staan en lopen: Eiseres geeft tijdens het spreekuur van 11 oktober 2024 aan dat zij nu langer kan lopen en staan dan tijdens de EZWB van 20 mei 2023. In de FML zijn beide items beperkt tot 15 minuten achtereen, en is de totale tijd voor staan en lopen tijdens het werk beperkt tot twee uur per dag. Het gevulde dagverhaal van eiseres geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie dat zij in staat is om gedurende de dag maximaal twee uur te staan en twee uur te lopen.
- Urenbeperking: Voor het stellen van een (preventieve) urenbeperking ontbreekt een medische indicatie. Eiseres volgt geen tijdsintensieve behandeling die haar beschikbaarheid zou verminderen. Er is geen energetische indicatie, aangezien eiseres niet bekend is met een aandoening die zich kenmerkt door een groot tekort aan energie, te groot energieverbruik of verminderde mogelijkheden voor herstel. Ook is er geen preventieve indicatie omdat er geen aandoening is die gepaard gaat met een patroon van overschrijding van de eigen grenzen met recidief of toename van symptomen, zelfoverschatting door eiseres of een beperkt ziektebesef.
Uit bovenstaande blijkt dat de beperkingen verder niet gewijzigd zijn ten opzichte van de eerdere beoordeling.
Was het medische onderzoek van het UWV voldoende zorgvuldig?
10. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig is geweest. Zij waren op de hoogte van de klachten van eiseres, waaronder haar knieklachten met als gevolg klachten met betrekking tot langdurig zitten, staan en lopen. De verzekeringsartsen hebben naar die klachten onderzoek verricht. De primaire verzekeringsarts heeft eiseres gezien, haar lichamelijk onderzocht en dossieronderzoek verricht. Uit de rapportage blijkt dat de verzekeringsarts ook heeft waargenomen dat de stand van de rechter onderbeen anders is. Anders dan eiseres ter zitting heeft gesteld is door de verzekeringsartsen hier dus wel acht opgeslagen. De verzekeringsarts b&b heeft dossieronderzoek verricht en kennisgenomen van het bezwaarschrift en het beroepschrift. In het onderzoek is de informatie uit het medisch onderzoeksverslag van 20 mei 2023 (betreft de EZWB), het verpleegkundig verslag van 24 september 2024 en de brief van mr. drs. [naam 1] van 10 oktober 2024 meegenomen. Vervolgens is de in beroep ingebrachte informatie van eiseres aan de verzekeringsarts b&b voorgelegd, waaronder het verslag van de traumachirurg dr. [naam 2] van 25 maart 2025, het verslag van 10 oktober 2024 van dr. [naam 1] en het rapport van Achmea van februari 2024. Daarnaast heeft eiseres een rapportage ingebracht van 1 juli 2025, die is opgesteld in het kader van de letselprocedure. De verzekeringsarts heeft ook die rapportage bestudeerd en concludeert dat er geen nieuwe informatie in staat die aanleiding geeft voor een ander standpunt. Dit standpunt kan de rechtbank volgen.
Gezien het voorgaande beschikte de verzekeringsarts b&b over ruim voldoende inzicht in de (medische) situatie van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen onderzoeksactiviteiten gemist en zijn er geen aanwijzingen dat de verzekeringsartsen informatie misten om tot een zorgvuldige beoordeling te komen.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
11. Eiseres heeft gewezen op haar klachten met betrekking tot het langdurig staan, lopen en zitten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b afdoende gemotiveerd dat met die klachten in de FML rekening is gehouden door beperkingen aan te nemen op trillingsbelasting, tillen, dragen, lopen, trappenlopen, klimmen, knielen/hurken en staan. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd en bovendien onvoldoende medische informatie overgelegd waaruit daadwerkelijk blijkt dat zij meer beperkt is dan zoals door het UWV is aangenomen. Eiseres stelt dat zij niet in staat is om een uur te kunnen lopen, maar dit blijkt echter niet direct uit de overgelegde stukken. Ook het standpunt dat zij meer beperkt moet worden geacht op reiken, tillen, hurken, knielen, dragen en er sprake moet zijn van een urenbeperking blijkt niet uit de overgelegde stukken.