ECLI:NL:RBZWB:2026:439
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Th. Peters
- Van Kralingen
- Broeders
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen
Verzoekster, verdachte in een mishandelingszaak, verzocht om wraking van de politierechter omdat zij meende dat de rechter partijdig was door de zaak niet verder aan te houden in afwachting van een gesprek met een zorginstelling. De rechter had de zaak inhoudelijk willen behandelen vanwege de inspanningen om verzoekster op te roepen en het veiligheidsrisico.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid. De beslissing om de zaak niet aan te houden is een procesbeslissing waarover de wrakingskamer geen oordeel mag geven, tenzij deze onaanvaardbaar is als blijk van vooringenomenheid.
De kamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid en oordeelde dat verzoekster voldoende gelegenheid had gehad om aanwezig te zijn. Ook was niet onderbouwd waarom het gesprek met de zorginstelling essentieel was voor de zaak. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak voortgezet in de stand van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is kennelijk ongegrond verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.