Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het gebruik van een busbaan op de Rijksweg (A58) te Breda op 29 augustus 2023. Hij stelde beroep in tegen de boete, die door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 7 april 2026.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende grondslag biedt. Betrokkene voerde aan dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, omdat de verbalisant in een onopvallend dienstvoertuig reed zonder stopmiddelen en niet in uniform was. De rechtbank bevestigde dat er inderdaad geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen en proceskosten van €233,50 te vergoeden. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor het gebruik van de busbaan wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.