ECLI:NL:RBZWB:2026:4285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanslag leges voor uitbreiding torenkraan ongegrond verklaard
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een aanslag leges van € 14.714,35 opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg voor het uitbreiden van een torenkraan. De heffingsambtenaar had het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift tijdig is ingediend, omdat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitspraak op bezwaar op 14 januari 2025 aan belanghebbende is verzonden. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende de uitspraak pas op 30 januari 2025 heeft ontvangen, waardoor het beroep op 5 maart 2025 tijdig is ingediend.
Inhoudelijk is niet in geschil dat de legesverordening en tarieventabel van de gemeente Tilburg de grondslag vormen voor de aanslag. Belanghebbende betoogt dat de leges niet in verhouding staan tot de kosten die zij heeft gemaakt en verzoekt om kwijtschelding of tegemoetkoming. De rechtbank overweegt dat geen rechtstreeks verband vereist is tussen leges en kosten en dat de belastingrechter slechts kan ingrijpen bij strijd met hogere regelgeving of onredelijkheid.
De enkele stelling van belanghebbende over hoge eigen kosten en het belang van de vergunning voor de economie is onvoldoende om de aanslag als willekeurig of onredelijk aan te merken. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag leges wordt ontvankelijk verklaard maar ongegrond verklaard wegens rechtmatige vaststelling van de leges.