Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de inhouding van loonbelasting over de jaren 2019 tot en met 2021 door verschillende inhoudingsplichtigen. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat zij niet binnen de wettelijke termijn van zes weken waren ingediend.
De rechtbank bevestigt dat de bezwaren te laat zijn ingediend en dat belanghebbende geen verontschuldigbare reden heeft gegeven voor de termijnoverschrijding, ondanks herhaalde verzoeken. De inspecteur had belanghebbende niet de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de termijnoverschrijding, maar dit leidt niet tot een ander oordeel.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd voor zover de beroepen zien op ambtshalve beslissingen van de inspecteur, omdat deze niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.