Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 8 februari 2024 in Roosendaal. Betrokkene stelde dat hij geen telefoon vasthield, maar een bon van een bestelling, en betwistte daarmee de gedraging waarop de boete was gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat de gedraging had plaatsgevonden, en dat betrokkene onvoldoende concrete feiten aanvoerde om hieraan te twijfelen. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en valt onder het risico van de bestuurder.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.