Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A4 te Bergen op Zoom op 20 februari 2024. Betrokkene stelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld omdat op de foto geen duidelijk mobiel apparaat zichtbaar was. De officier van justitie handhaafde de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s voldoende bewijs vormen dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De stelling van betrokkene gaf geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de vaststelling. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en valt onder het risico van de bestuurder.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, berekend conform de wettelijke regels.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A. van Aardenne op 12 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.