Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 19 augustus 2023 in Bergen op Zoom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete van €389,- in redelijke verhouding staat tot de ernst van de overtreding, omdat de verkeersveiligheid direct in gevaar wordt gebracht. Betrokkene voerde aan dat de boete onevenredig hoog is en dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden.
De rechtbank volgde dit laatste verweer en matigde de boete met 25% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, zoals ook bevestigd in eerdere jurisprudentie. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding van €233,50 toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €95,- terug te betalen.
Uitkomst: De boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.