Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A29 te Heijningen op 19 september 2024. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, waarbij werd verzocht om een gewijzigde proceskostenvergoeding zonder toepassing van de verminderingsfactoren uit artikel 13a, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De officier van justitie verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter oordeelde dat de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 uit artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing is en dat er geen bijzonder geval is dat een afwijking rechtvaardigt. Het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldoet aan de criteria uit een eerder arrest van de Hoge Raad. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding wordt afgewezen.