Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A17 te Standdaarbuiten op 8 augustus 2024. Tegen deze boete is eerst beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, waarbij werd verzocht om een gewijzigde proceskostenvergoeding zonder toepassing van de verminderingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. De gemachtigde van betrokkene was niet aanwezig bij de zitting.
De kantonrechter oordeelde dat de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 van toepassing is omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is genomen. Er was geen sprake van een bijzonder geval dat een afwijking rechtvaardigt. Het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldeed aan de criteria uit een arrest van de Hoge Raad, en de kantonrechter volgde het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een gewijzigde proceskostenvergoeding wordt afgewezen.