ECLI:NL:RBZWB:2026:3848

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
11703991 MB VERZ 25-502
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.A. van Aardenne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen verkeersboete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A17 te Standdaarbuiten op 8 augustus 2024. Tegen deze boete is eerst beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, waarbij werd verzocht om een gewijzigde proceskostenvergoeding zonder toepassing van de verminderingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. De gemachtigde van betrokkene was niet aanwezig bij de zitting.

De kantonrechter oordeelde dat de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 van toepassing is omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is genomen. Er was geen sprake van een bijzonder geval dat een afwijking rechtvaardigt. Het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldeed aan de criteria uit een arrest van de Hoge Raad, en de kantonrechter volgde het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een gewijzigde proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11703991 \ MB VERZ 25-502
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 12 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding van € 78,- toegekend. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A17 te Standdaarbuiten op 8 augustus 2024 om 12:24 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd een proceskostenvergoeding toe te kennen zonder toepassing van de ‘verminderingsfactoren’ zoals is opgenomen in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Gemachtigde verzoekt een gewijzigde proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat de proceskostenvergoeding op de juiste wijze is berekend.

Overwegingen

De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van een bijzonder geval in de zin van deze bepaling. Het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldoet aan de drie kenmerken die zijn vermeld in het arrest van de Hoge Raad. De kantonrechter ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen reden om hier anders over te denken dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2025:6853.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: