Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 4 februari 2026 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft verzocht om een langere beslistermijn van 30 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar de rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt het UWV op binnen vier maanden alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 april 2026.