ECLI:NL:RBZWB:2026:3644
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete vennootschapsbelasting 2021 wegens te late aangifte
Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte vennootschapsbelasting (VpB) 2021 tijdig in te dienen, maar heeft dit pas op 6 december 2023 gedaan, ruim na de gestelde termijn van 17 augustus 2022. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van € 2.757 op, de helft van het wettelijk maximum.
Belanghebbende voerde aan dat inlogproblemen en de samenvoeging van aangiften over meerdere jaren in het portaal de oorzaak waren van de vertraging, en stelde dat de aanslag nihil was waardoor betaling problematisch zou zijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen bewijs leverde voor de inlogproblemen en onvoldoende onderbouwing gaf voor de financiële situatie.
De rechtbank stelde vast dat de verzuimboete terecht is opgelegd omdat opzet of schuld niet vereist zijn, en dat er geen sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). Ook matiging van de boete wegens overschrijding van de beslistermijn werd afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzuimboete wegens te late aangifte vennootschapsbelasting 2021.