ECLI:NL:RBZWB:2026:3644
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete vennootschapsbelasting wegens te late aangifte
Belanghebbende is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om de aangifte vennootschapsbelasting (VpB) 2021 tijdig in te dienen, maar heeft dit pas op 6 december 2023 gedaan, ruim na de gestelde termijn van 17 augustus 2022. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van € 2.757 op, de helft van het wettelijk maximum.
Belanghebbende voerde aan dat inlogproblemen en de samenvoeging van aangiften 2019 en 2020 in het portaal de tijdige indiening belemmerden, en stelde dat de aanslag nihil was waardoor financiële problemen zouden bestaan. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen bewijs heeft geleverd voor deze belemmeringen en onvoldoende inzicht gaf in de financiële situatie.
De rechtbank stelt vast dat opzet of schuld niet vereist is voor een verzuimboete, maar dat deze achterwege kan blijven bij afwezigheid van alle schuld (avas). Dit is hier niet het geval. Ook overschrijding van de beslistermijn en overige aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen matiging.
De redelijke termijn is niet overschreden; de boete is passend en geboden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de verzuimboete blijft in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzuimboete wegens te late aangifte vennootschapsbelasting 2021.