Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 9.485,90 (ex BTW), voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
- € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
- het klaagschrift ingediend op 12 februari 2025;
- het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling van 20 mei 2025;
- de beslissing van de enkelvoudige raadkamer van 10 juni 2025;
- het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling van 8 juli 2025;
- de beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift van 22 juli 2025;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
- de overige stukken in het raadkamerdossier.
2.De beoordeling
€ 9.485,86verzocht voor kosten van rechtsbijstand. In raadkamer heeft de advocaat nog een nadere toelichting gegeven op het aantal uren dat ten behoeve van de zaak is gedeclareerd. De rechtbank is van oordeel dat de advocaat het verzoek daarmee voldoende heeft toegelicht en acht het aantal uren dat aan rechtsbijstand is besteed begrijpelijk. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand acht zij in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor.
€ 680,00toegekend.
3.De beslissing
€ 10.165,86zal worden overgemaakt op [rekeningnummer]