ECLI:NL:RBZWB:2026:358

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
RK 25-021661
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 SvArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond klaagschrift tot teruggave van in beslag genomen auto wegens beperkte verbeurdverkansverwachting

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 januari 2026 het klaagschrift van klager tegen het strafvorderlijk beslag op een Audi A1 Sportback, die op naam van klager stond maar door zijn zoon werd gebruikt. Klager stelde eigenaar te zijn en voerde aan dat het voortduren van het beslag disproportioneel was, mede omdat zijn zoon inmiddels een geldig rijbewijs heeft en het recidiverisico daardoor beperkt is.

De officier van justitie handhaafde het beslag vanwege herhaald rijden zonder geldig rijbewijs door de zoon, ondanks waarschuwingen aan klager om dit te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat klager als rechthebbende kan worden aangemerkt, maar dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat de auto verbeurd zal worden verklaard. De waarschuwing aan klager was weliswaar gegeven, maar het recidiverisico is verminderd.

Gezien de waarde van de auto en het persoonlijke belang van klager achtte de rechtbank het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring zal bevelen. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave van de Audi aan klager gelast. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en de teruggave van de in beslag genomen Audi aan klager gelast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 25-021661
datum : 20 januari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [datum] 1958,
wonende op het [adres],
hierna te noemen: de klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 21 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 11 augustus 2025 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [belanghebbende] in beslag is genomen: een Audi A1 Sportback met [kenteken] (hierna: de Audi);
  • de schriftelijke reactie van het CVOM en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 23 december 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, mr. H.O. de Boer als gemachtigd waarnemend advocaat van klager en als waarnemend advocaat van [belanghebbende], en [belanghebbende], gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is in het klaagschrift en in raadkamer aangevoerd dat klager eigenaar is van de onder zijn zoon in beslag genomen Audi. De inbeslagname van de Audi was terecht, maar klager meent dat voortduring van het beslag disproportioneel is. Klager is te goeder trouw en draagt geen schuld. Ten tijde van de aanhouding op 11 augustus 2025 was klager in het buitenland, waardoor hij niet actief heeft kunnen voorkomen dat zijn zoon de Audi pakte. Klager herkent zich niet in de stelling van het CVOM dat hij eerder is gewaarschuwd. Hij werd midden in de nacht gebeld en er werd gesproken in een taal die klager niet volledig machtig is. Volgens klager is het niet uitgesloten dat hij een eerdere brief naar aanleiding van eerdere overtredingen heeft ontvangen, maar hij weet het niet. Inmiddels beschikt de zoon van klager een geldig rijbewijs. Daarmee wordt het recidiverisico ondervangen en acht klager het redelijk en billijk dat de Audi aan hem wordt teruggegeven.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een verbeurdverklaring van de Audi zal volgen. Dat de zoon van klager thans beschikt over een rijbewijs doet daar niet aan af. Er is sprake is van herhaald plegen van het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs door de zoon van klager in een op naam van klager gestelde auto. De zoon van klager liep nog in een proeftijd en klager was gewaarschuwd voor het feit dat bij een volgende overtreding begaan door zijn zoon de Audi in beslag genomen kan worden. Van klager mocht worden verwacht dat hij zou voorkomen dat zijn zoon gebruik kon maken van zijn auto. Dat is niet gebeurd. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
[belanghebbende] heeft in raadkamer aangevoerd dat zijn vader niet wist dat hij de Audi had gepakt en dat zijn vader daarvoor ook geen toestemming had verleend.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad [1] , moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
In dit geval is klager een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt. Klager stelt rechthebbende te zijn en klaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave. De rechtbank zal dan bij de beoordeling ook rekening moeten houden met artikel 33a, tweede lid aanhef en onder a, Sr. In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden een voorwerp dat niet aan de veroordeelde toebehoort kan worden verbeurd verklaard. Die verbeurdverklaring is mogelijk als de rechthebbende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat kort gezegd er een relatie bestaat tussen het voorwerp en een strafbaar feit.
De rechtbank is van oordeel dat klager - tevens tenaamgestelde - als redelijkerwijs rechthebbende op de Audi kan worden aangemerkt nu het raadkamerdossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om anders te concluderen.
Op 11 augustus 2025 is tegen [belanghebbende] proces-verbaal opgemaakt wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. [belanghebbende] reed toen in de Audi op naam van klager. Uit de recente documentatie van [belanghebbende] blijkt dat er sprake is van recidive. Om die reden is de Audi op 11 augustus 2025 ook in beslag genomen. Uit de voorhanden zijnde stukken begrijpt de rechtbank dat klager eerder telefonisch door de politie is gewaarschuwd dat zijn auto bij een volgende overtreding in beslag zou worden genomen. Namens klager is in raadkamer aangevoerd dat klager de telefonische waarschuwing niet had begrepen, omdat hij de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en dat klager vanwege zijn verblijf in het buitenland geen maatregelen heeft kunnen treffen om recidive te voorkomen. Voorts is aangevoerd dat [belanghebbende] inmiddels beschikt over een geldig rijbewijs. De rechtbank is op grond van voornoemde omstandigheden van oordeel dat er op basis van het dossier aanleiding is om aan te nemen dat klager was gewaarschuwd, maar dat het recidiverisico nu wel is beperkt doordat de zoon van klager inmiddels beschikt over een rijbewijs en in ieder geval volgens het CBR weer mag rijden. Gelet hierop - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift - als ook gelet op de waarde van de Audi en het persoonlijk belang dat klager heeft bij het behouden van de Audi, is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de Audi zal bevelen. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag dan ook gegrond verklaren en de teruggave van de Audi aan klager gelasten.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de Audi A1 Sportback met [kenteken] aan klager.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).