Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een uitkering op grond van de Wajong. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 22 januari 2026 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Het verzoek van het UWV om een langere termijn van 30 weken wordt afgewezen omdat de rechtbank een redelijke balans wil tussen zorgvuldige besluitvorming en het belang van een tijdige beslissing.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. De reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.