Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2020, hebben een conflict over de zorg- en contactregeling. De vrouw verzoekt een uitbreiding van de omgangsregeling, terwijl de man bezwaren heeft vanwege vermeend middelengebruik van de vrouw en aanwezigheid van een persoon met geweldsverleden bij contactmomenten.
De rechtbank constateert een slechte communicatie en spanning tussen partijen, wat niet in het belang is van het kind. De vrouw heeft onvoldoende overtuigend bewijs geleverd dat zij geen drugs gebruikt en niet voldoet aan de voorwaarden omtrent afwezigheid van de genoemde persoon.
De rechtbank wijst het verzoek tot uitbreiding van de zorgregeling af, maar bepaalt een contactmoment op zaterdag van 12:00 tot 17:00 uur bij de vrouw. Tevens wordt de Raad voor de Kinderbescherming gelast een onderzoek in te stellen naar de beste zorgverdeling en eventuele contra-indicaties.
De man wordt niet veroordeeld tot dwangsom omdat hij de huidige regeling nakomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het rapport van de Raad moet voor 14 juli 2026 worden ingediend ten behoeve van de hoofdzaak.