Art. 5:125 lid 2 BWArt. 5:130 lid 2 BWArt. 3:302 BWArt. 2:15 BWArt. 2:8 BW
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoeken tot vernietiging besluiten en verklaringen voor recht VvE
De procedure betreft een geschil tussen leden van een Vereniging van Eigenaren (VvE) en de VvE zelf over besluiten genomen tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van 1 april 2025. Verzoekers stelden dat het bestuur en de voorzitter in strijd met het huishoudelijk reglement en de splitsingsakte hebben gehandeld, onder meer door late volmachten toe te laten, vergaderstukken te laat te verstrekken en besluiten te nemen die vernietigbaar zouden zijn.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeken tot verklaring voor recht niet in een verzoekschriftprocedure kunnen worden behandeld en dat een verwijzing naar een dagvaardingsprocedure niet nodig was omdat verzoekers de voorkeur gaven aan voortzetting van de procedure. De verzoeken tot vernietiging van besluiten werden inhoudelijk beoordeeld en afgewezen. De kantonrechter vond dat de besluiten niet in strijd waren met wettelijke bepalingen, de splitsingsakte of het huishoudelijk reglement, en dat de genomen besluiten niet onaanvaardbaar waren naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Ook werd geoordeeld dat de kascontrole over 2024 onafhankelijk was uitgevoerd en dat de benoemingen van bestuursleden en kascommissieleden conform de regels waren. Verzoeken tot inzage in correspondentie werden afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeken tot vernietiging van besluiten en verklaringen voor recht worden afgewezen; verzoekers veroordeeld in proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11685520 \ OV VERZ 25-2187
Beschikking van 22 april 2026
in de zaak van
1.[verzoeker 1] ,
te [plaats] , 2. [verzoeker 2],
te [plaats] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] ,
procederend in persoon,
tegen
VVE [verweerder],
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 18 producties, ingekomen op 1 mei 2025;
- het verweerschrift met 11 producties;
- de mondelinge behandeling van 17 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald.
2.De feiten
2.1.
Het complex “ [complex] ” aan de [straat] te [plaats] is bij akte van splitsing van 14 februari 2019 gesplitst in appartementsrechten. Daarbij is de Vereniging van Eigenaren [verweerder] (hierna: VvE) opgericht.
2.2.
[verzoekers] zijn op grond van artikel 5:125 lid 2 BWPro als eigenaar van een appartementsrecht in de [complex] van rechtswege lid van de VvE.
2.3.
Het bestuur van de VvE wordt op dit moment gevormd door de heer [voorzitter] als voorzitter, de heer [penningmeester] als penningmeester en mevrouw [secretaris] als secretaris.
2.4.
Op de algemene ledenvergadering van de VvE van 1 april 2025 (hierna: de vergadering), zijn – voor zover van belang – de volgende besluiten genomen:
“Besluit 5:De jaarrekening 2024 wordt goedgekeurd.”
en
“Besluit 6:De algemene reserve wordt opgeheven.”
en
“Besluit 7:Er is décharge verleend aan het bestuur over het boekjaar 2024.”
en
“Besluit 8:Het voorstel bestrijding van overlast spinnen entrees, ingang garage en armaturen is aangenomen.”
en
“Besluit 11:Het tijdens de vergadering gewijzigde fietsenplan wordt aangenomen.”
en
“Besluit 12:Wijzigingen Huishoudelijk Reglement zijn aangenomen.”
3.Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker 1] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, om:
Vast te stellen dat de voorzitter in strijd heeft gehandeld met artikel 10 lid 6 vanPro het huishoudelijk reglement, door een te laat ingediende volmacht toch als geldig toe te laten in de ALV van 1 april 2025;
Te bevelen dat het bestuur, en in het bijzonder de voorzitter, bij toekomstige vergaderingen bij aanvang vaststelt welke volmachten rechtsgeldig en tijdig zijn ontvangen en de volmachten die daar niet aan voldoen niet toe te laten;
Te bepalen dat de notulen van de ALV 2025 moeten worden aangepast met een aantekening over de ongeldig verklaarde volmacht, met verwijzing naar artikel 10 lid 6 vanPro het Huishoudelijk Reglement;
Vast te stellen dat het bestuur in strijd heeft gehandeld met artikel 50.2 van de splitsingsakte door vergaderstukken te laat toe te zenden;
Te bepalen dat deze gang van zaken in strijd is met een zorgvuldige besluitvorming en tot vernietigbaarheid van besluiten kan leiden;
Te verklaren voor recht dat bestuursvoorstellen uiterlijk 15 dagen vóór de vergadering moeten worden toegezonden;
Te verklaren dat voorstellen van leden uiterlijk 7 dagen vóór de vergadering ingediend moeten zijn en van een bestuursstandpunt voorzien aan de leden verzonden moeten worden;
Te bepalen dat de genomen besluiten uit de ALV van 1 april 2025 op formele gronden vernietigbaar zijn en welke punten opnieuw ter besluitvorming aan de vergadering moeten worden voorgelegd (coulance en proportionaliteit);
Het bestuur te verplichten tot structurele naleving van de toezendingstermijnen zoals bedoeld in artikel 50.2 splitsingsakte;
Vast te stellen dat de kascontrole over boekjaar 2024 niet onafhankelijk is uitgevoerd;
Te verklaren voor recht dat de besluiten tot goedkeuring van de jaarrekening 2024 en déchargeverlening aan het bestuur vernietigbaar zijn;
Vast te stellen dat de benoeming van de heer [naam 1] tot kascommissielid voor boekjaar 2025 in strijd is met het splitsingsreglement;
Te bepalen dat kascommissieleden volledig onafhankelijk van het bestuur moeten zijn, conform artikel 63.2 splitsingsakte en artikel 11 HRPro;
Te bevelen dat een nieuwe kascontrole over boekjaar 2024 wordt uitgevoerd door een onafhankelijke commissie, en op basis daarvan nieuwe besluitvorming plaatsvindt in een ALV;
Te verplichten tot volledige inzage in:
de mail van de heer [penningmeester] van 15 maart 2025 aan het bestuur met zijn kandidatuur;
de mail met aankondiging van zijn bestuurskandidatuur aan de ALV;
alle correspondentie tussen VvE Beheer Zeeland en leden van de kascommissie, de correspondentie en het verslag tussen kascommissie en bestuur;
alle correspondentie en het verslag van het overleg tussen bestuur en lid/leden kascommissie, de datum 19 maart 2024 en overige informatie die gedeeld is vanuit de hoedanigheid lid kascommissie en bestuur;
16. Vast te stellen dat besluit 11 van de ALV van 1 april 2025 in strijd is met artikel 23.6 van de splitsingsakte;
16. Te verklaren dat artikel 20.2 en 21.3 geen grondslag bieden voor dit besluit;
16. Te oordelen dat het besluit vernietigbaar is ex artikel 2:15 BWPro;
16. Het besluit te vernietigen;
16. Te bevelen dat de VvE uitsluitend rechtsgeldige regelingen vaststelt inzake gebruik van gemeenschappelijke gedeelten;
16. Te vernietigen de besluiten tot wijziging van artikel 2 lidPro 2, artikel 5 lid 7 enProartikel 5 lid 12 vanPro het Huishoudelijk Reglement, genomen tijdens de ALV van 1 april 2025;
16. Te verklaren voor recht dat deze wijzigingen in strijd zijn met de splitsingsakte en artikel 64 uitPro de splitsingsakte;
16. Te bevelen dat het bestuur artikel 23.6 splitsingsakte actief handhaaft ten aanzien van obstakels en objecten in gemeenschappelijke ruimten;
16. Te bepalen dat besluiten over stroomgebruik in overeenstemming dienen te zijn met artikel 23.4 splitsingsakte, inclusief een doorbelasting met terugwerkende kracht van de werkelijke kosten aan gebruikers;
16. het tijdens de Algemene Ledenvergadering van 1 april 2025 genomen besluit om over te gaan tot spinnenbestrijding bij de entrees, de garage en armaturen, tegen een kostenverdeling van €6,38 per eigenaar, te vernietigen, en zo nodig iedere verdere voorziening te treffen die de kantonrechter passend acht;
16. De vernietiging uit te spreken van:
Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening 2024;
Het besluit tot behandeling en bestemming van het exploitatieresultaat over 2023;
Het besluit tot verlening van décharge aan het bestuur over het boekjaar 2024;
27. Te bepalen dat de VvE binnen drie maanden:
De exploitatiesaldi over 2021, 2022 en 2023 per bouwdeel inzichtelijk maakt;
De financiële consequenties volledig specificeert per bouwdeel;
Een nieuw voorstel voorlegt aan de ALV;
Een nieuwe Algemene Ledenvergadering bijeenroept.
3.2.
Aan het verzoek hebben [verzoekers] het volgende ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 5:130 BWPro kan de kantonrechter worden verzocht een besluit van de VvE te vernietigen. De VvE handelt bij herhaling in strijd met de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. Het gaat om voorbereiden en agenderen van voorstellen die juridisch ongeldig zijn en het tot stand komen van besluiten die nietig of vernietigbaar zijn. Het gaat concreet om besluiten die zijn genomen op de vergadering van 1 april 2025.
3.3.
De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert aan dat [verzoekers] geen belang hebben bij hun verzoeken en de verzoeken niet voldoende zijn onderbouwd. Een verzoek houdende een verklaring voor recht en vorderingen tot een doen of nalaten zijn in beginsel niet mogelijk in een verzoekschriftprocedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.De beoordeling
Het verzoekschrift is tijdig ingediend
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat het oorspronkelijke verzoekschrift is ontvangen op 1 mei 2025. Nadien hebben [verzoekers] aanvullende stukken toegestuurd met daarbij opnieuw toegevoegd het eerder ingediende verzoekschrift. Het verzoek is ingevolge artikel 5:130 lid 2 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) binnen een maand na de dag waarop de besluiten zijn genomen, ingediend en dus tijdig gedaan. [verzoekers] zijn, anders dan de VvE aanvoert, dan ook ontvankelijk in hun verzoeken.
De verzoeken onder 1 tot en met 13, 16 tot en met 18, 20 en 22 tot en met 24 en 27
4.2.
De kantonrechter is het met betrekking tot deze verzoeken met de VvE eens dat deze niet in de onderhavige verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter kunnen worden aangebracht. Zo bepaalt artikel 3:302 BWPro dat een verklaring voor recht kan worden uitgesproken op vorderingvan een bij een rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon. Een vordering tot een verklaring voor recht dient daarom in beginsel ingesteld te worden in een procedure bij de rechtbank door middel van een dagvaarding. Weliswaar bestaan hierop specifieke uitzonderingen, zoals de situatie waarin naast vernietiging ingevolge artikel 2:15 joPro. 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tevens de “nietigverklaring” van dat besluit wordt verzocht. In dat geval beoordeelt de kantonrechter niet alleen de vernietigbaarheid maar ook de nietigheid van dat besluit (Hoge Raad 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1275) en is hij ook bevoegd voor recht te verklaren dat het betreffende besluit nietig is. Van een dergelijke uitzondering is hier echter geen sprake.
4.3.
De kantonrechter kan evenmin bevelen dat het bestuur in de toekomst moet handelen overeenkomstig de bepalingen uit de splitsingsakte en/of het huishoudelijk reglement. De verplichting volgt immers al uit de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement zelf. Indien dat volgens verzoekers niet het geval is, kan dat op een ALV aan de orde komen. Daarnaast dient de procedure er niet voor om door de rechter te laten vaststellen door wie er in het verleden fouten zijn gemaakt.
4.4.
De kantonrechter acht zich daarom niet bevoegd om van dit deel van de verzoeken kennis te nemen.
De zaak wordt niet verwezen
4.5.
Indien een procedure met een verkeerd processtuk is ingeleid, dan beveelt de rechter op grond van artikel 69 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), zo nodig met verwijzing naar een andere kamer, dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de – in dit geval – dagvaardingsprocedure. De kantonrechter ziet in deze procedure echter aanleiding om af te zien van een verwijzing van dit deel van de verzoeken. Tijdens de mondeling behandeling hebben [verzoekers] aangegeven dat de voorkeur wordt gegeven aan overleg in plaats van aan voortzetting van de procedure.
De verzoeken tot vernietiging van besluiten
4.6.
[verzoekers] verzoeken in deze procedure verder om vernietiging van besluiten van de VvE van 1 april 2025. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
4.7.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 BWPro is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens (a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BWPro worden geëist of (c) strijd met een reglement.
4.8.
Artikel 2:8 lid 1 BWPro bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. De toetsingsmaatstaf is de vraag of de vergadering van de VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dit is een marginale toets. De enkele omstandigheid dat een ander besluit ook mogelijk was geweest of wellicht zelfs wenselijker, maakt nog niet dat het genomen besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Uit vaststaande jurisprudentie volgt dat een VvE een bepaalde mate van vrijheid heeft om besluiten te nemen. Dit hangt samen met de democratische gedachte binnen een VvE, namelijk dat een besluit altijd wordt (aan)genomen met een meerderheid van stemmen. De minderheid die het niet eens is met het besluit, moet zich daarnaar schikken. Dat is alleen anders als de kantonrechter van oordeel is dat het besluit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het gaat dus niet om een open belangenafweging, maar om de vraag of daadwerkelijk sprake is van een onaanvaardbaar besluit.
4.9.
Het meest verstrekkende verweer van de VvE is dat [verzoekers] geen belang hebben bij hun vordering. Op grond van artikel 2:15 lid 3 sub a BWPro kan iemand die een redelijk belang heeft bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen, vernietiging vorderen. Het gaat hierbij om een eigen belang van degene die de vernietiging vordert. Aangezien [verzoeker 1] van [verzoeker 2] lid zijn van de VvE wordt hun belang verondersteld. Dit verweer faalt daarom.
Verzoek 14: Nieuwe kascontrole over boekjaar 2024 door een onafhankelijke commissie
4.10.
Dit verzoek komt in wezen neer op een verzoek tot vernietiging van het besluit tot goedkeuring van de jaarrekening 2024 en het besluit tot dechargeverlening aan het bestuur van de VvE over het boekjaar 2024. Volgens [verzoekers] zijn de benoemingen van de heer [penningmeester] tot penningmeester en de heer [naam 1] tot kascommissielid in strijd met het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement, omdat, kort samengevat, de leden van de kascommissie geen deel uit mogen maken van het bestuur en dat zij onafhankelijk van het bestuur moeten werken. Uit de stukken en uit de behandeling ter zitting is gebleken dat de heer [penningmeester] pas benoemd is tot penningmeester, tijdens de ALV op 1 april 2025, nadat hij was afgetreden als lid van de kascommissie 2024. Dat er wellicht al eerder contact was over de vervulling van de vacature voor een penningmeester, betekent niet dat er in strijd is gehandeld met het splitsingsreglement of het huishoudelijk reglement. De heer [naam 1] heeft zijn benoeming tot kascommissielid pas aanvaard, nadat hij was afgetreden als bestuurslid. De kantonrechter is van oordeel dat er daarom geen reden is om het besluit van de ALV te vernietigen.
Verzoek 15; Volledige inzage in e-mailverkeer tussen de heer [penningmeester] en het bestuur over zijn kandidatuur en alle correspondentie tussen VVE Beheer Zeeland en de leden van de kascommissie, alsmede de correspondentie tussen de kascommissie en het bestuur
4.11.
Aangezien niet gesteld is op welke bepaling dit verzoek is gegrond, zal de kantonrechter dit verzoek afwijzen. Er bestaat geen algemeen recht op inzage in correspondentie tussen leden van de ALV, het bestuur van de VvE en de kascommissie.
Verzoek 19; Het fietsenplan
4.12.
[verzoekers] verzoeken om het besluit tot wijziging van het fietsenplan te vernietigen. [verzoekers] stellen dat het besluit een functiewijziging van de parkeergarage betreft en dat de splitsingsakte geen ruimte biedt voor wijziging van de bestemming zelf zonder statutenwijziging. De kantonrechter is van oordeel dat het besluit tot het toestaan van het plaatsen van fietsen in de garage geen wijziging van de bestemming is. Het is volgens artikel 23.6 van het splitsingsreglement niet toegestaan om de doorgang via de gemeenschappelijke ruimtes te belemmeren, bijvoorbeeld door het plaatsen van fietsen, maar dat betekent niet dat er geen fietsen gestald zouden mogen worden. Het staat het bestuur dan ook vrij een fietsenplan op te stellen over het stallen van fietsen in de garage, waarover de ALV vervolgens een besluit kan nemen. Dat is ook gebeurd op de ALV van 1 april 2025. Verzoekers zijn het niet eens met de inhoud van het fietsenplan, maar dat is geen reden voor vernietiging van het besluit. De meerderheid heeft voor het plan gestemd en er is geen strijd met het splitsingsreglement of het huishoudelijk reglement. Het besluit is ook niet onaanvaardbaar naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, zoals hiervoor uitgelegd onder rechtsoverweging 4.8.
Verzoek 21; Wijziging van het huishoudelijk reglement
4.13.
Ten aanzien van het verzoek om het besluit tot wijziging van het huishoudelijk reglement te vernietigen overweegt de kantonrechter nog het volgende. [verzoekers] stellen dat deze wijzigingen in strijd zijn met de splitsingsakte omdat de wijziging het toestaat dat fietsen en papiercontainers in de parkeergarage staan en dat er bloembakken worden geplaatst. De kantonrechter constateert dat de ALV op basis van artikel 56.5 van het splitsingsreglement een besluit kan nemen tot wijziging van het huishoudelijk reglement. Aangezien deze wijzigingen op de ALV van 1 april 2025 met de vereiste meerderheid van stemmen zijn aangenomen, is er geen strijd met de bepalingen van het splitsingsreglement en/of het huishoudelijk reglement.
Verzoek 25; De spinnenoverlast
4.14.
[verzoekers] verzoeken om het besluit tot bestrijding van spinnenoverlast en het verdelen van de kosten hiervan onder de leden, te vernietigen. [verzoekers] stellen dat het voorstel niet onderbouwd is, de verdeling niet juist is en dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter overweegt als volgt. De ALV heeft ingestemd met het plan om de spinnenoverlast te bestrijden. De omstandigheid dat een voorstel tijdens een eerdere vergadering is verworpen betekent niet dat het besluit daarom nu vernietigd zou moeten worden. Herindiening van een voorstel zonder gewijzigde omstandigheden is niet, zoals [verzoekers] stellen, onrechtmatig. Als [verzoekers] onderbouwing van dit voorstel hadden willen hebben, had dat tijdens de vergadering gevraagd kunnen worden. Niet valt in te zien dat dit voorstel in strijd zou zijn met de splitsingsakte of met de redelijkheid en billijkheid.
Verzoek 26; Vernietiging van het besluit tot vaststellen van de jaarrekening 2024, het besluit tot behandeling en bestemming van het exploitatieresultaat over 2023 en verlenen décharge aan het bestuur over het boekjaar 2024
4.15.
[verzoekers] verzoeken om vernietiging van de besluiten 5 en 7 van de VvE van 1 april 2025. Zij stellen dat de jaarrekening van 2024 te laat is aangeleverd zodat niet voor de vergadering van 1 april 2025 kon worden gecontroleerd of deze correct is. Ook stellen zij dat de besluiten vernietigd moeten worden omdat er geen volledig financieel voorstel per bouwdeel is gepresenteerd, geen terugblik is gemaakt naar de jaren 2021 en 2022 en geen duidelijke financiële consequenties per bouwdeel zijn benoemd. De VvE heeft betwist dat de besluiten in strijd zouden zijn met wettelijke bepalingen, de splitsingsakte of de redelijkheid en billijkheid binnen de vereniging.
4.16.
De kantonrechter overweegt als volgt. Artikel 5:124 lid 3 BWPro jo. artikel 5:135 BWPro jo. artikel 2:48 BWPro bepaalt dat het bestuur de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering van eigenaars overlegt. De jaarrekening van 2024 is tijdens de vergadering toegelicht en de leden hebben de kans gekregen om daarover vragen te stellen.
4.17.
Op grond van artikel 2:48 lid 2 BWPro benoemt de vergadering jaarlijks een kascommissie van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten bedoeld in de tweede zin van lid 1, en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. Voor het jaar 2024 zijn de heer [penningmeester] en mevrouw [naam 2] aangesteld als kascommissie. Zij hebben de stukken gecontroleerd en vonden het verslag heel uitgebreid en duidelijk.
4.18.
Aan het bestuursverslag worden door het BW geen vormvereisten gesteld. De kantonrechter concludeert gezien het bovenstaande dan ook dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening van 2024 en de déchargeverlening aan het bestuur op juiste wijze, namelijk na controle van de kascommissie en met een meerderheid van stemmen, is genomen. [verzoekers] hebben niet onderbouwd waarom de jaarrekening niet goedgekeurd kon worden. Ter zitting hebben [verzoekers] toegelicht dat zij niet weten of er nadeel uit is ontstaan. Er is geen vernietigingsgrond gebleken. Dat de jaarrekening niet 14 dagen, maar tien dagen voor de vergadering is verstrekt maakt niet dat het besluit van de ALV vernietigd kan worden. Kennelijk vonden de aanwezige leden dat zij de stukken voldoende hebben kunnen bestuderen. [verzoekers] hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat vier dagen extra tijd om de stukken te bestuderen enig verschil had gemaakt.
4.19.
Gezien het bovenstaande zal de kantonrechter alle verzoeken tot vernietiging van besluiten afwijzen.
[verzoekers] moeten de proceskosten betalen
4.20.
[verzoekers] zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op € 576,00 (2 punten à € 288,00) voor salaris van de gemachtigde en € 144,00 aan nakosten
5.De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de verzoeken van [verzoekers] af;
5.2.
veroordeelt [verzoekers] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekers] niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moeten [verzoekers] ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.