Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3106

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
BRE 25/4657
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.S.S. Obispo
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling procesbelang bij bezwaar tegen ambtshalve inschrijving op adres

Eiseres maakte bezwaar tegen het ambtshalve inschrijven van een derde persoon op haar adres, een besluit dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal was genomen op basis van een adresonderzoek. Het bezwaar werd door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres stelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat het primaire besluit en het bestreden besluit vernietigd moesten worden.

De rechtbank oordeelde dat procesbelang betekent dat eiseres een feitelijk belang moet hebben bij de uitkomst van de procedure. Omdat het primaire besluit al was herroepen voordat het bezwaar werd ingediend, kon eiseres het doel van haar bezwaar niet meer bereiken. Hoewel eiseres privacy-schending aanvoerde, was dit hypothetisch en niet aannemelijk gemaakt, en betrof de privacy van de ingeschreven persoon, niet die van eiseres.

Daarom concludeerde de rechtbank dat eiseres geen procesbelang had en verklaarde het beroep ongegrond. Dit betekent dat de beslissing van het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren in stand blijft en dat eiseres geen recht heeft op vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4657

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal, het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het procesbelang van eiseres in de bezwaarprocedure. Het bezwaar van eiseres tegen het ambtshalve inschrijven van een derde op haar adres is door het college niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres is het niet eens met deze beslissing. Aan de hand van de ingediende beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft. De uitkomst van de procedure heeft voor eiseres geen feitelijke betekenis. Dit betekent dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 25 maart 2025 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college om iemand in te schrijven op haar adres. Dit besluit is genomen op 17 april 2025.
3. Met het bestreden besluit van 2 september 2025 is het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
3.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Op 17 april 2025 heeft het college ambtshalve een besluit genomen om [persoon] in te schrijven op het adres [adres] , te [woonplaats] . Uit adresonderzoek zou zijn gebleken dat [persoon] op dit adres woonachtig was.
4.1.
Eiseres heeft op 25 april 2025 bezwaar gemaakt tegen voornoemd besluit. Zij heeft het college verzocht het besluit te herzien, omdat zij geen toestemming heeft gegeven voor een inschrijving op haar adres. Bovendien zou [persoon] niet bij haar woonachtig zijn, maar verhuisd zijn naar Marokko.
4.2.
Op 2 september 2025 heeft het college een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Het bezwaar is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, vanwege het ontbreken van procesbelang. De inschrijving is namelijk ambtshalve herroepen.
4.3.
In beroep is aangevoerd dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het is onduidelijk hoe het college tot zijn besluit is gekomen, nu er geen wettelijke grond is om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Daarbij is het primaire besluit herroepen naar aanleiding van het bezwaar. Dat betekent dat het bezwaar gegrond verklaard had moeten worden, waardoor een proceskostenvergoeding toegekend had moeten worden. Verzocht wordt om het primaire besluit en het bestreden besluit te vernietigen.
Wanneer is sprake van een procesbelang?
5. Met procesbelang wordt bedoeld het belang dat eiseres (nog) heeft bij de uitkomst van de aanhangige procedure. De vraag hierbij is of het resultaat dat met de procedure wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt en of het realiseren van dat resultaat voor eiseres feitelijk betekenis kan hebben. [1] Een belang kan onder meer worden aangenomen als tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat schade is geleden als gevolg van het besluit. Een verzoek om proceskostenvergoeding valt hier niet onder en zal niet leiden tot het aannemen van een procesbelang. [2]
Heeft eiseres een procesbelang?
5.1.
Het doel dat eiseres nastreeft met de aanhangige procedure, is het herroepen van het primaire besluit. Na het bezwaarschrift is het in bezwaar bestreden besluit herroepen. Eiseres heeft ter zitting bevestigd dat de inschrijving is herroepen. Het college heeft daarbij erkend dat de inschrijving heeft plaatsgevonden op basis van foutieve informatie. Nu het primaire besluit ten tijde van het bezwaar al was herroepen, kon eiseres dat doel niet alsnog bereiken.
5.2.
De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat een procesbelang kan worden gevonden in de schending van privacy die voortvloeit uit de onterechte inschrijving. Gemachtigde heeft een aantal mogelijke scenario’s geschetst die gevolgen zouden kunnen hebben voor eiseres. Deze scenario’s zijn echter geen realiteit geworden, waardoor slechts kan worden gesproken van hypothetische schade. Dat levert geen procesbelang op. Daarbij is het uiteindelijk niet de privacy van eiseres die is geschonden met de ambtshalve inschrijving, maar dat van [persoon] . Eiseres heeft niet gesteld dat zij schade heeft geleden en deze tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen belang heeft bij het voeren van deze procedure.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de beslissing van het college waarin het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard, in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet vergoed. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.S.S. Obispo, rechter, in aanwezigheid van S.J.E. Loontjens, griffier, op 8 april 2026 en openbaar bekend gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.