Uitspraak
zaaknummers: BRE 24/499 tot en met 25/507
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en bijdragen Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2017 tot en met 2019. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd met bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen. Na gedeeltelijke gegrondverklaring van de bezwaren door de inspecteur, bleven geschillen bestaan over de hoogte van de aanslagen.
Op de zitting van 17 december 2025 bereikten partijen een compromis. Hierbij werden de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2017 en de boetes vernietigd. De aanslagen over 2018 en 2019 werden verminderd tot lagere belastbare inkomens, met overeenkomstige vermindering van de belastingrente. De rechtbank volgde dit compromis en verklaarde de beroepen gegrond.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De proceskostenvergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, rekening houdend met zes samenhangende zaken en de verrichte proceshandelingen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier I. van Wijk op 5 januari 2026.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en boetes worden vernietigd of verminderd volgens het compromis.