ECLI:NL:RBZWB:2026:3

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
24/499 t/m 24/507
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h AWRArt. 28 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compromis en vermindering navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en Zvw

Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en bijdragen Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2017 tot en met 2019. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd met bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen. Na gedeeltelijke gegrondverklaring van de bezwaren door de inspecteur, bleven geschillen bestaan over de hoogte van de aanslagen.

Op de zitting van 17 december 2025 bereikten partijen een compromis. Hierbij werden de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2017 en de boetes vernietigd. De aanslagen over 2018 en 2019 werden verminderd tot lagere belastbare inkomens, met overeenkomstige vermindering van de belastingrente. De rechtbank volgde dit compromis en verklaarde de beroepen gegrond.

Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De proceskostenvergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, rekening houdend met zes samenhangende zaken en de verrichte proceshandelingen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier I. van Wijk op 5 januari 2026.

Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en boetes worden vernietigd of verminderd volgens het compromis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/499 tot en met 25/507
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 5 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: mr. A.E.T.M. van de Camp),
en

de inspecteur van de Belastingdienst.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 15 december 2023.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de volgende jaren naar de volgende belastbare inkomens uit werk en woning (box 1) navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en naar de volgende bijdrage-inkomens navorderingsaanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd en daarbij de volgende boete- en belastingrentebeschikkingen vastgesteld:
Navorderingsaanslag
Belastbaar inkomen box 1 / bijdrage-inkomen
Boete
Belastingrente
IB/PVV 2017
72.512
5.437
3.756
Zvw 2017
42.362
351
IB/PVV 2018
73.62
3.889
2.064
Zvw 2018
39.636
109
IB/PVV 2019
48.186
1.399
514
Zvw 2019
32.937
51
1.2.
De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende deels gegrond verklaard en daarbij de volgende navorderingsaanslagen en beschikkingen als volgt verminderd:
Navorderingsaanslag
Belastbaar inkomen box 1 / bijdrage-inkomen
Boete
Belastingrente
IB/PVV 2017
22.512
85
Zvw 2017
11.173
61
IB/PVV 2018
70.498
3.483
1.848
1.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, tot bijstand vergezeld van [naam 1], [naam 2] en [naam 3], de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2].

Beoordeling door de rechtbank

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Zij zijn daarbij overeengekomen dat de navorderingsaanslagen IB/PVV 2017 en Zvw 2017 en de boeten worden vernietigd, de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 wordt verminderd tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 47.500, waarbij de navorderingsaanslag Zvw 2018 en de bij de navorderingsaanslagen over het jaar 2018 in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig worden verminderd en de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 wordt verminderd tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.500, waarbij de navorderingsaanslag Zvw 2019 en de bij de navorderingsaanslagen over het jaar 2019 in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig worden verminderd.
2.1.
De rechtbank zal partijen volgen in hun compromis en dienovereenkomstig beslissen.
2.2.
Omdat de beroepen gegrond zullen worden verklaard moet de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 aan hem vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647 en in beroep van € 907. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van samenhang tussen de zaken. De zaken zijn immers (nagenoeg) gelijktijdig door de inspecteur en door de rechtbank behandeld en de werkzaamheden van de gemachtigde van belanghebbende konden in elk van de zaken (nagenoeg) identiek zijn. Nu sprake is van zes samenhangende zaken, waarin het beroep gegrond is, zal een factor van 1,5 worden toegepast. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend (1 punt), heeft het hoorgesprek bijgewoond (1 punt) en heeft een beroepschrift ingediend (1 punt) en deelgenomen aan de zitting (1 punt). De vergoeding bedraagt dan in totaal € 4.662. Een reeds betaald bedrag in verband met de bij de uitspraak op bezwaar toegekende kostenvergoeding strekt daarop in mindering.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2017, de navorderingsaanslag Zvw 2017 en de boetebeschikkingen;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 47.500 en vermindert de navorderingsaanslag Zvw 2018 en de bij deze navorderingsaanslagen gegeven belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.500 en vermindert de navorderingsaanslag Zvw 2019 en de bij deze navorderingsaanslagen gegeven belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 4.662 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 5 januari 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.