Belanghebbende was in 2020 gedetineerd en ontving een Wajong-uitkering van €21.629, waarover loonheffing werd ingehouden. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV 2020 op, inclusief een verzuimboete en belastingrente. Belanghebbende diende een brief in als verzoek om vrijstelling van aangifteplicht, maar dit werd niet als bezwaar tegen de aanslag aangemerkt. Het daadwerkelijke bezwaarschrift werd te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag correct is vastgesteld, mede omdat het genietingsmoment van de uitkering in 2020 lag door een nabetaling in één keer. De stelling dat aanslagen over meerdere jaren zouden worden vernietigd, werd niet aannemelijk gemaakt. De inspecteur heeft de uitspraak op bezwaar voldoende gemotiveerd en een integrale heroverweging van het primaire besluit heeft plaatsgevonden.
De verzuimboete is terecht opgelegd omdat belanghebbende niet tijdig aangifte heeft gedaan ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning. De boete is verminderd naar een passend bedrag van €60. De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn, maar acht de compensatie voldoende. Belanghebbende voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de belastingrente, die daarom in stand blijft. Het beroep wordt ongegrond verklaard, met behoud van aanslag, boete en rente.