ECLI:NL:RBZWB:2026:2672
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de sluiting van haar woning voor twee maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester van Tilburg had het besluit tot sluiting gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep op 27 januari 2026 en deed direct uitspraak.
De rechtbank beoordeelde het procesbelang van eiseres en concludeerde dat dit ontbrak. De sluitingstermijn was inmiddels verstreken en eiseres woont weer in de woning, waardoor het doel van het beroep – het voorkomen van de sluiting – niet meer actueel is. Ook is geen schadevergoeding gevorderd of gebleken.
Eiseres stelde dat zij een principieel belang had om toekomstige onrechtmatige besluiten te voorkomen, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen actueel en reëel belang vormt. De eerdere vondst van drugs in de woning is niet betwist, en woningsluitingen worden niet geregistreerd, zodat geen nadelig effect voor eiseres is aangetoond.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de woningsluiting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.