ECLI:NL:RBZWB:2026:2519
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig medewerker klantenservice, kreeg haar Ziektewetuitkering beëindigd door het UWV omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zij betwist dit en voert ernstige fysieke en psychische klachten aan, waaronder fibromyalgie, migraine en depressieve klachten, die haar werkvermogen beperken.
De rechtbank beoordeelt het medisch onderzoek van het UWV, dat bestond uit een lichamelijk en psychisch onderzoek door een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, en concludeert dat dit onderzoek zorgvuldig en volledig was. De beperkingen van eiseres zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en zijn volgens de verzekeringsarts b&b passend en voldoende.
Eiseres stelt dat de gekozen functies voor de arbeidsongeschiktheidsberekening haar belastbaarheid overschrijden, maar de rechtbank volgt het UWV hierin omdat de medische beperkingen niet zijn onderschat. De berekening leidt tot een arbeidsongeschiktheid van 0%, waardoor het recht op ZW-uitkering vervalt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst de proceskostenvergoeding af en bevestigt de beëindiging van de uitkering per 2 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.