ECLI:NL:RBZWB:2026:2485
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.190 opgelegd door de inspecteur, die een hogere waardering van de auto hanteerde dan belanghebbende had opgegeven. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is, maar dat het bedrag te hoog is vastgesteld. De rechtbank vermindert de aanslag tot €3.992.
De rechtbank behandelt het geschil over het vertrouwensbeginsel, waardevermindering en het gebruik van correctiefactoren binnen de taxatiemethode. Er is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank acht de waardevermindering zoals door de inspecteur gehanteerd voldoende onderbouwd en wijst het beroep op een correctie via de koerslijst Eurotax af.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure. De vergoeding wordt verdeeld tussen de inspecteur en de Staat. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €3.992 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.500.