Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een WIA-uitkeringsbesluit van het UWV en klaagde over het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het UWV de beslistermijn van maximaal 23 weken (17 weken plus 6 weken verlenging) heeft overschreden. Eiseres stelde het UWV op 16 december 2025 in gebreke, waarna het UWV nog steeds niet heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij een langere termijn dan de standaard twee weken gerechtvaardigd is vanwege de complexiteit en het belang van zorgvuldige besluitvorming. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 27 maart 2026.