Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten die door de invorderingsambtenaar in rekening waren gebracht bij een aanslag forensenbelasting 2022. De invorderingsambtenaar besloot niet tijdig op het bezwaar en verklaarde het bezwaar later kennelijk niet-ontvankelijk, zonder een besluit tot terugbetaling schriftelijk bekend te maken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat alsnog een uitspraak op bezwaar is gedaan. De uitspraak op bezwaar wordt echter vernietigd omdat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was. De invorderingsambtenaar had het besluit tot terugbetaling schriftelijk moeten nemen en bekendmaken.
Verder verbeurt de invorderingsambtenaar een dwangsom van €1.442,- wegens de te late beslissing en is wettelijke rente verschuldigd vanaf 28 februari 2024. De rechtbank veroordeelt de invorderingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.