Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een uiterste beslistermijn van 27 augustus 2025 was gesteld, maar constateert dat verweerder deze termijn heeft overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat in eerdere procedures al een termijn was vastgesteld waardoor een ingebrekestelling niet vereist was. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van twee weken na verzending van deze uitspraak, aansluitend bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd met een maximum van €37.500 om naleving van de beslistermijn af te dwingen. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 maart 2026.