ECLI:NL:RBZWB:2026:216
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens schade aan auto en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.160 en een belastingrentebeschikking van € 17 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur baseerde de aanslag op een hertaxatie die uitkwam op een hogere BPM dan door belanghebbende was aangegeven.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de herleidingsmethode en de waardering van schade aan de auto. De rechtbank volgt de Hoge Raad in het oordeel dat de herleidingsmethode niet toepasbaar is. Wel acht de rechtbank de door belanghebbende met foto’s aannemelijk gemaakte schade aan het dak van de auto bewezen, en brengt zij een reparatiebedrag van circa € 1.057 in mindering op de handelsinkoopwaarde.
De overige door belanghebbende gestelde waardeverminderingen zijn onvoldoende onderbouwd en worden niet gehonoreerd. De naheffingsaanslag wordt dienovereenkomstig verminderd tot € 3.810. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 9 maanden, welke volledig voor rekening van de Staat komt. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.810 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend.