ECLI:NL:RBZWB:2026:2120
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- ing. Peters
- Tempel
- Marsé
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen familierechter wegens onpartijdigheid afgewezen
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de familierechter in een lopende hoofdzaak, omdat hij het onacceptabel vond dat hij zonder advocaat geen verweerschrift en verzoek tot wijziging van kinderalimentatie mocht indienen.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en concludeerde dat het toepassen van wettelijke bepalingen omtrent verplichte advocaatbijstand geen aanwijzing is voor vooringenomenheid van de rechter. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker eerder een wrakingsverzoek had ingediend dat ook ongegrond werd verklaard. Gezien het herhaalde en tijdige informeren over de advocaatplicht en het uitblijven van aanvullende onderbouwing, oordeelde de wrakingskamer dat verzoeker het wrakingsinstrument misbruikt om de procedure te vertragen.
Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken van verzoeker tegen dezelfde rechter in deze zaak. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van zaken ten tijde van de schorsing door het wrakingsverzoek.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de familierechter is kennelijk ongegrond verklaard en een wrakingsverbod opgelegd.