Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
14 september 2021 heeft verdachte aangeefster met een mes in haar been gestoken, waardoor een slagaderlijke bloeding is ontstaan. Voor deze poging tot doodslag is verdachte bij vonnis van 29 november 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en is aan hem een contactverbod met aangeefster voor de duur van vijf jaar opgelegd (ECLI:NL:RBZWB:2022:7129). Daarnaast is in dat vonnis bepaald dat verdachte aangeefster een schadevergoeding van € 8.155,67 moet betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
17 februari 2024 in [plaats] op het station aankwam, is hij aangehouden.
€ 1.000,- van haar bankrekening is opgenomen, op 30 december 2023 nogmaals € 1.000,- en op 15 februari 2024 vijf keer € 1.000,-. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte elk van deze bedragen, dus in totaal € 7.000,-, al had ontvangen. Uit p-v 106 volgt namelijk dat verdachte op 16 februari 2024 naar [persoon 1] stuurt: “Gister 5 getrokken dus in totaal 7, dus nu nog 3”. De verklaring van verdachte tijdens de zitting van 3 maart 2026, dat hij met dit bericht aan [persoon 1] heeft bedoeld dat er in totaal € 7.000,- was gepind, maar dat hij daarvan slechts de op 15 februari 2024 opgenomen € 5.000,- had ontvangen, schuift de rechtbank als volstrekt ongeloofwaardig terzijde
17 februari 2024 samen in een hotel in Rotterdam , waarna zij met de trein van Rotterdam naar [plaats] zijn afgereisd.
4 november 2023 om 00.17 uur de tekst: “hij heeft me geslagen ook”. Daarnaast verklaart een andere vriendin van aangeefster, genaamd [persoon 4] , dat verdachte aangeefster in november 2023 heeft geslagen toen zij aan het spelen was met hem, dat hij geïrriteerd raakte en haar toen een klap gaf.
18 januari 2024 tegen haar lip te slaan. Anders dan de verdediging stelt, is op geen enkele wijze gebleken dat verdachte in de nacht van 2 op 3 november 2023 heeft gehandeld uit noodweer.
5.De strafbaarheid
1 september 2025 schrijven de onderzoekers van het PBC dat zij eventuele psychopathologie bij verdachte onvoldoende hebben kunnen onderzoeken en dat in het geheel onduidelijk is gebleven wat er zich in zijn belevingswereld voor, tijdens en na de tenlastegelegde feiten heeft afgespeeld. Zij onthouden zich daarom van uitspraken over de mate van toerekening van de ten laste gelegde feiten aan verdachte.
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 36 maanden;
vijf jaren op geen enkele wijze– direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 2005;
twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;
vijf jaren zich niet zal ophouden in de stad [plaats] , met uitzondering van doorgaand treinverkeer door deze stad;
De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;
maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;