Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig voor een inrit op de Antwerpenstraat te Breda op 30 januari 2024. Betrokkene stelde dat er geen sprake was van parkeren, maar van laden en lossen vanwege werkzaamheden voor PostNL met gehuurde voertuigen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van laden en lossen. Het bezit van een geldige ontheffing werd niet aannemelijk gemaakt. De boete is daarom terecht opgelegd.
Echter is de redelijke termijn van behandeling van de zaak overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd. Daarom matigt de kantonrechter de boete met 25%. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie wordt aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.