Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren in een parkeerverbodszone op de Stadhoudersstraat te Breda op 10 december 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege onvoldoende parkeergelegenheid, het ontbreken van een markering na herinrichting, het ontbreken van hinder en het tijdstip van de boete. Ook vond betrokkene het boetebedrag te hoog.
De officier van justitie stelde dat de boete terecht was opgelegd omdat het niet om een parkeerplaats ging en dat onvoldoende parkeergelegenheid of het ontbreken van hinder niet tot vrijstelling leidt. Wel erkende de officier van justitie dat de redelijke termijn was overschreden en verzocht om matiging van de boete met 25%.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat betrokkene zich had moeten vergewissen van de parkeerregels. De boete was terecht opgelegd. Wel was de redelijke termijn van behandeling overschreden, waardoor matiging van de boete met 25% op zijn plaats was. De beslissing van de officier van justitie werd daarom gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.