Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 17 september 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 7 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV heeft als reden voor de vertraging een tekort aan verzekeringsartsen aangevoerd en verzocht om een beslistermijn van 30 weken. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige heroverweging mogelijk te maken, maar wijst het verzoek van het UWV voor een langere termijn af.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van € 467 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.