Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een WIA-uitkeringsbesluit van 22 januari 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 15 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na verzending van de uitspraak moet beslissen, maar acht een termijn van vier maanden redelijk vanwege het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van een zorgvuldige heroverweging. Het verzoek van het UWV om een termijn van 40 weken wordt afgewezen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 maart 2026.