Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 oktober 2024 waarbij het college een omgevingsvergunning verleende voor de ontwikkeling van landbouwgrond tot natuurgebied nabij haar landbouwpercelen. De vergunning betreft het afwijken van het bestemmingsplan en het uitvoeren van werkzaamheden. De rechtbank beoordeelt dat het college onterecht geen verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aan de gemeenteraad heeft gevraagd, wat een vereiste is volgens artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 Bor.
De rechtbank stelt vast dat de aanwijzing van categorieën gevallen door de gemeenteraad te ruim en algemeen is geformuleerd, waardoor het voor aanvragers onduidelijk is wanneer een vvgb vereist is. Hierdoor is het bestreden besluit in strijd met de wet en komt het voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank wijst een termijn van tien weken toe aan het college om het gebrek te herstellen door alsnog een vvgb te vragen.
Daarnaast behandelt de rechtbank de door eiseres aangevoerde bezwaren over mogelijke overlast van ganzen en onkruid, en de gevolgen voor haar landbouwbedrijf. De rechtbank acht het college voldoende gemotiveerd dat de overlast niet onevenredig zal zijn en dat de provincie als eigenaar verantwoordelijk is voor het beheer. Het door eiseres voorgestelde alternatieve plan voor bosaanleg wordt buiten beschouwing gelaten omdat het college moet beslissen op de ingediende aanvraag.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak en neemt geen beslissing over proceskosten. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.