Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister), verweerder.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
17 september 2024 een boeterapport opgesteld.
€ 8.000,- vanwege twee overtredingen van artikel 15a Wav. Eiseres heeft niet voldaan aan de vordering van de inspecteurs om binnen 48 uur de identiteit van de arbeidskrachten vast te stellen en de inspecteurs een kopie van het identiteitsdocument te verstrekken. Verder is eiseres aan te merken als werkgever van de arbeidskrachten in de zin van de Wav en niet louter afnemer van een dienst. De schoonmaakdiensten van [schoonmaakbedrijf] werden door eiseres al geruime tijd en met regelmaat afgenomen, eiseres had feitelijke bemoeienis met en oefende invloed uit op de uitvoering van de werkzaamheden en eiseres had direct zicht op de schoonmaakwerkzaamheden doordat deze in het restaurant werden uitgevoerd en omdat zij toegang had tot de camerabeelden.
23 oktober 2013 [4] kan dit anders zijn als aanwijzingen bestaan dat tussen een opdrachtgever en een dienstverlener een zodanige relatie bestaat dat de opdrachtgever niet meer louter als afnemer van die dienst kan worden aangemerkt.
2 mei 2024 elke zaterdag, zondag, de feestdagen met evenementen en drukke dagen schoonmaakdiensten van [schoonmaakbedrijf] afneemt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt op basis van deze termijn en frequentie dat de diensten van [schoonmaakbedrijf] met regelmaat door eiseres worden afgenomen.Daarnaast neemt eiseres contact op met [schoonmaakbedrijf] als de werkzaamheden niet naar wens zijn uitgevoerd, vallen schoonmaakwerkzaamheden binnen de normale bedrijfsvoering van eiseres en worden de werkzaamheden verricht binnen het bedrijfspand. Hieruit volgt dat eiseres feitelijk bemoeienis had met de uitvoering van de werkzaamheden. Ook was het mogelijk voor eiseres om controle uit te voeren op de werknemers en was sprake van direct zicht. Zij heeft immers toegang tot haar eigen restaurant en tot de camerabeelden. De keuze om niet aanwezig te zijn in het bedrijfspand als de werknemers aanwezig in het pand zijn, doet geen afbreuk aan het feit dat eiseres direct zicht op de werkzaamheden kan hebben. Daarmee is het doel van de camera’s naar het oordeel van de rechtbank irrelevant.
Conclusie en gevolgen
€ 1.868,- bedraagt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.