Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de ingebrekestelling van 26 juni 2023 heeft ontvangen en sindsdien de beslistermijn is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Het beroep is daarom kennelijk gegrond en de rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
Het UWV verzocht om een termijn van 40 weken vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, maar de rechtbank acht een termijn van vier maanden passend om zowel zorgvuldigheid als het belang van tijdige besluitvorming te waarborgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 3 maart 2026.