Uitspraak
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
Inleiding
WOZ-beschikking 2024 opgelegd, zodat het ook niet mogelijk is om bezwaar te maken.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerend goed met peildatum 1 januari 2023. Na het uitblijven van een beslissing stelde belanghebbende de heffingsambtenaar in gebreke op 6 januari 2025. Vervolgens diende belanghebbende op 20 januari 2025 beroep in wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het beroep te vroeg is ingesteld, omdat de wettelijke termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling nog niet was verstreken. De heffingsambtenaar had op 30 januari 2025 alsnog uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen WOZ-beschikking was opgelegd.
Belanghebbende trok het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding, griffierecht en dwangsom. De rechtbank is na intrekking alleen bevoegd de proceskostenvergoeding te beoordelen en wijst dit verzoek af, omdat de heffingsambtenaar niet geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen. De overige verzoeken worden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep te vroeg is ingesteld.