Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De procesafspraken
- De verdachte zal geen (nadere) onderzoekswensen indienen en/of (inhoudelijke) verweren voeren;
- Verdachte hoeft geen schuld te erkennen. De verdediging en verdachte geven echter door ondertekening van deze procesafspraken richting rechtbank en Openbaar Ministerie aan dat het feit en kwalificatie zoals tussen Openbaar Ministerie en verdediging vastgesteld in bijlage A (juridisch gezien) bewezen kan worden verklaard en dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd;
- Verdachte bevestigt middels ondertekening van deze overeenkomst dat al het strafvorderlijk beslag is afgehandeld;
- De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging (hoogstwaarschijnlijk) zal leiden tot een veroordeling van het strafbare feit als omschreven in de tenlastelegging;
- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en meewerken aan de tenuitvoerlegging en executie van de op te leggen gevangenisstraf en geldboete.
5.De beoordeling van het bewijs
6.De strafbaarheid
7.De strafoplegging
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 42 maanden;
betaling van een geldboete van € 20.000,-;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
125 dagen.