Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank die verweerder een beslistermijn tot 4 juli 2025 gaf.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van twee weken na verzending van deze uitspraak, aansluitend bij een lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd om naleving van de termijn af te dwingen. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De rechtbank wijst een verzoek van eiseres af om hogere proceskosten toe te kennen, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die een afwijking van de forfaitaire vergoeding rechtvaardigen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 februari 2026 door rechter S.A.M.L. van de Sande.