ECLI:NL:RBZWB:2026:1013
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van verzoeker ongeldig omdat hij zonder tolk verscheen bij het rijvaardigheidsonderzoek op 9 december 2025. Verzoeker maakte bezwaar en overlegde bewijs dat hij een tolk had geregeld, maar dat het tolkenbureau op het laatste moment had laten weten dat de tolk verhinderd was.
Het CBR herroept op 31 december 2025 het besluit en heft de ongeldigverklaring op, met de motivering dat verzoeker niet kan worden verweten zonder tolk te zijn verschenen. Verzoeker trekt daarop het verzoek om een voorlopige voorziening in en verzoekt het CBR te veroordelen tot betaling van proceskosten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling toe, omdat het bestuursorgaan aan verzoeker is tegemoetgekomen en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De proceskosten worden vastgesteld op € 934,-, de waarde van de ingediende proceshandeling.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,- na herroeping van het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.