ECLI:NL:RBZWB:2025:9751

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
RK 25-018097
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring klaagschrift tegen strafvorderlijk beslag op auto wegens drugshandel

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn Toyota Yaris, dat op 1 juli 2025 is gelegd in verband met verdenking van betrokkenheid bij handel in harddrugs. Hij stelt eigenaar te zijn en betoogt dat slechts één ponypack uit de auto is gegooid, wat onvoldoende is voor verbeurdverklaring. De politie en het Openbaar Ministerie handhaven het beslag omdat de auto is gebruikt voor drugstransport.

De raadkamer heeft het klaagschrift beoordeeld op basis van artikel 552a Sv en artikel 94 Sv Pro. Hoewel klager slechts eenmaal met de auto bij een pseudokoop is gezien, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring zal overgaan. Dit wordt ondersteund door observaties dat klager een ponypack met vermoedelijke drugs uit het raam gooide bij een vluchtpoging.

De rechtbank benadrukt dat het onderzoek in raadkamer summier is en niet ten gronde kan treden in de hoofdzaak. Gezien het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag wordt het klaagschrift ongegrond verklaard. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-124711-25
raadkamernummer : 25-018097
datum : 2 december 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [datum] 2005 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. T. Roggenkamp, advocaat te Roosendaal (Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal),
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 10 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt op 1 juli 2025 onder klager een personenauto, merk Toyota Yaris, [kenteken 1] in beslag is genomen (hierna: de auto);
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 4 november 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en mr. T. Roggenkamp als gemachtigd advocaat van klager, gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de inbeslaggenomen auto en dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat later een verbeurdverklaring van de auto zal volgen. Volgens de politie komt de auto van klager tijdens observatie van vermeende pseudokopen slechts eenmaal voor. Zij zien dat uit de auto één ponypack wordt gegooid. Dit is onvoldoende om tot verbeurdverklaring van de auto over te gaan. De advocaat heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2024:1213) waarbij het ook ging om één ponypack en waarbij de auto is teruggegeven aan verdachte.
Klager heeft een belang bij teruggave van de auto nu hij deze nodig heeft voor zijn werk.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond verklaard dient te worden. De auto is gebruikt voor het vervoeren van drugs en is hiermee vatbaar voor verbeurdverklaring.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Klager is op 1 juli 2025 aangehouden wegens verdenking van betrokkenheid bij
handel/vervoer en bezit van harddrugs (onderzoek Andy). Uit de processen-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten belast met observatie, volgt dat klager meermalen is gezien bij een pseudokoop (verkoop van cocaïne) en daarbij gebruik maakte van een Toyota met [kenteken 2]. Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer blijkt deze auto daarna is overgeschreven op de vader van klager. Vervolgens wordt klager op 1 juli 2025 bij een pseudokoop gezien in een andere Toyota, nu met [kenteken 1]. Dit voertuig is na aanhouding van klager op 1 juli 2025 in beslag genomen en stond toen op zijn naam. Hoewel klager slechts eenmaal in deze auto bij een pseudokoop is gezien, is het niet onaannemelijk dat hij deze auto gebruikte voor de voortzetting van de handel in verdovende middelen. Dit wordt ook ondersteund doordat verbalisanten hebben gezien dat klager, op het moment dat hij trachtte te vluchten, een ponypack met vermoedelijk verdovende middelen uit het raam van de auto gooide. Gelet op deze omstandigheden - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift - acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment dus nog een strafvorderlijk belang bestaat bij het in beslag houden van de auto.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv Pro beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).