Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] te [plaats], eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Standpunt van het college
.
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres ontving een maatwerkvoorziening van 5 uur per week hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Zij verzocht op 14 juli 2023 om verruiming van deze hulp, maar het college besloot op 25 oktober 2023 dit niet te honoreren. Na bezwaar werd dit besluit op 16 april 2025 gehandhaafd, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit betrekking heeft op een afgesloten periode (1 januari 2024 tot en met 31 december 2024). Hoewel doorgaans geen procesbelang bestaat bij beoordeling van een verstreken periode, was dit hier anders omdat eiseres bezwaar had gemaakt tegen de indicatie voor 2026, waardoor een inhoudelijke beoordeling relevant is.
Eiseres stelde dat de toegekende uren onvoldoende zijn, mede vanwege de grootte van haar woning en het niet zorgvuldig volgen van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Het college verwees naar de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Hbhplus gemeente Roosendaal 2020, gebaseerd op een onafhankelijk KPMG-onderzoek en het CIZ-protocol, als grondslag voor de indicatie.
De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de toegekende uren onvoldoende waren voor een schoon en leefbaar huis, noch dat het beoordelingskader onjuist was toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van 5 uur hulp bij het huishouden per week wordt ongegrond verklaard.