Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete die aan betrokkene was opgelegd. De boete was opgelegd voor het parkeren van een elektrische auto op een parkeerplaats die bestemd was voor het opladen van elektrische voertuigen, terwijl de auto niet was aangesloten op de laadpaal. Betrokkene heeft aangevoerd dat de laadpaal defect was en dat zij niet in staat was om haar voertuig op te laden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd, inderdaad had plaatsgevonden, maar heeft ook geconstateerd dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De kantonrechter heeft de boete daarom met 25% gematigd en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Tevens is er een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van bestuurders om zich te vergewissen van de geldigheid van het parkeren op een bepaalde plek, ook als er problemen zijn met de laadpaal.