ECLI:NL:RBZWB:2025:969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning naast opvanglocatie vluchtelingen ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen naast een opvanglocatie voor vluchtelingen, omdat hij meende dat deze waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar stelde de waarde op €400.000 op basis van vergelijkingsmethode met referentiewoningen in nabijgelegen dorpen.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar op juiste wijze rekening had gehouden met verschillen in ligging, oppervlakte en voorzieningen. Cruciaal was dat de opvanglocatie voor vluchtelingen op de waardepeildatum 1 januari 2022 nog niet aanwezig was.
Daarmee was er geen waardedruk door de opvanglocatie op de WOZ-waarde. Belanghebbende had geen concrete alternatieve waarde gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €400.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.