Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats in Zierikzee op 15 september 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de dwangsom onterecht was berekend en de beslistermijn niet correct was verlengd.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat deze vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn was gedaan, waardoor geen recht op een dwangsom bestond. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim een maand was overschreden, wat een matiging van de boete met 25% rechtvaardigt.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten van betrokkene te vergoeden. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.