Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden op het fietspad te Breda op 1 september 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die in zaken op grond van de Wahv voldoende bewijs vormt. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim een maand was overschreden.
Op grond van vaste rechtspraak leidt deze termijnoverschrijding tot een matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd vastgesteld dat de werkzaamheden van de gemachtigde in deze zaak nagenoeg identiek waren aan die in een andere zaak, waardoor sprake was van samenhang en een proceskostenvergoeding werd toegekend. De boete werd gematigd tot € 120,- plus administratiekosten, en de officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheid en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met matiging van de boete met 25% en toekenning van proceskostenvergoeding.