Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het zodanig parkeren van een voertuig op het Kastanjeplein te Breda dat gevaar of hinder voor het verkeer werd veroorzaakt. Betrokkene voerde aan dat een verkeerde feitcode was gebruikt, omdat het voertuig volledig op het trottoir stond. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het voertuig zodanig geparkeerd stond dat bredere voertuigen, zoals hulpdiensten, niet konden passeren. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de boete op 12 december 2020 werd opgelegd en de procedure tot november 2025 duurde, ruim anderhalf jaar langer dan toegestaan.
Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen en de proceskosten van betrokkene te vergoeden. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn.