Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:9596

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11462052 MB VERZ 24-1759
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMartikel 13a, lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A27 te Nieuwendijk op 13 september 2023. Betrokkene stelde dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar een elektronische sigaret, ondersteund met foto's. De verbalisant had echter onvoldoende details gegeven over de afstand en positie ten opzichte van betrokkene.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen, tenzij specifieke feiten twijfel zaaien. Betrokkene's enkele ontkenning was onvoldoende om de verklaring te weerleggen. Wel werd vastgesteld dat de procedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, namelijk ruim twee jaar.

Daarom matigde de rechtbank de boete met 25%. Tevens werd het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling terugbetaald en werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11462052 \ MB VERZ 24-1759
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 13 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. Hoveijn (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A27 te Nieuwendijk op 13 september 2023 om 11:11 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft vasthoudend en consistent betoogt dat hij geen mobiel elektronisch apparaat in zijn handen had, maar een elektronische sigaret. Dit standpunt is onderbouwd met foto’s. De verbalisant heeft niet duidelijk omschreven waaruit blijkt dat sprake is van een mobiel elektronisch apparaat dat betrokkene in haar handen hield. De afstand tussen betrokkene en de verbalisant is onbekend. Evenmin is bekend of de verbalisant rechtstreeks zicht had én waar hij zich bevond ten opzichte van het voertuig van betrokkene. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. Een enkele verklaring de gedraging niet te hebben verricht is te summier om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant die getraind is om een dergelijke gedraging te herkennen. Bovendien heeft de verbalisant geconstateerd dat de vape een andere vorm had dan hetgene wat hij geconstateerd had tijdens het passeren. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 13 september 2023 en is de redelijke termijn dus met twee maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
vermenigvuldigingsfactor artikel 13a, lid 2, Wahv: x 0,25 = € 113,38

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 285,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 95,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 113,38.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Verschueren, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: